Bah, wat vies

Schoonmaak in ziekenhuizen kan beter

Het lijkt wel of de ziekenhuizen steeds viezer worden. OK’s moeten sluiten omdat de lucht

niet steriel is, dokters en verpleegkundigen wassen hun handen niet en patiënten klagen over vieze vloeren en sanitair. Ziekenhuizen slaan terug met ‘belevingsgerichte schoonmaak’.

Dit jaar besloot het ene na het andere ziekenhuis operatiekamers te sluiten omdat de lucht er niet steriel was. Het gebeurde in Enschede, Alkmaar, Amersfoort en Boxmeer, meestal voor enkele dagen. Het bekendste ziekenhuis dat de OK’s sloot, is de IJsselmeerziekenhuizen. Hier zijn de OK’s nog steeds niet allemaal weer in gebruik. De sluiting was het rechtstreekse gevolg van een vernietigend rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg over de operatieve zorg. De inspectie noemt het gedrag rond infectiepreventie en luchtbeheersing op de Nederlandse OK’s, dus niet alleen in Flevoland, ronduit onprofessioneel.

In het Pantein ziekenhuis in Boxmeer was het ook mis met de luchtkwaliteit. De raad van bestuur besloot de OK’s tijdelijk te sluiten. Een harde maatregel, maar wel één die nodig was, zegt bestuurder Ruud Verreussel: “Vroeger dacht men sneller: we lossen dit in het weekend wel op. Nu is er meer controle van buitenaf en leeft meer de gedachte: we moeten er direct iets aan doen. Daarnaast zijn wij aansprakelijk, mocht er ondertussen iets met een patiënt gebeuren.”

De oorzaak in Boxmeer lag in de verouderde plafonds die te veel stofdeeltjes afgaven. Aan die stofdeeltjes kunnen zich bacteriën binden die vervolgens wondinfecties veroorzaken. Een andere oorzaak voor wondinfecties is het gedrag van personeel. Denk aan het wel of niet volgen van kledingvoorschriften op de OK, het dragen van petten en mondmaskers en het wassen van de handen.

Een positieve benadering

Het Erasmus MC heeft naar dat laatste in opdracht van ZonMw onderzoek gedaan in 24 ziekenhuizen. De uitkomst: slechts in een op de vijf momenten dat zorgverleners hun handen zouden moeten wassen, deden ze dat. Opvallend is verder dat personeel op afdelingen chirurgie vaker de handen wast dan collega’s op de intensive care. Als verpleegkundigen en artsen hun handen wassen, is het vooral na het contact met een patiënt en na taken die ze zelf als ‘vies’ beschouwen. Verpleegkundigen vinden handen wassen vooral belangrijk om de patiënt niet te besmetten, artsen willen vooral zelf niet besmet worden. En in kleinere ziekenhuizen zorgt het personeel voor schonere handen dan in grote of academische ziekenhuizen.

Dat klinkt nogal zorgwekkend. Maar zo moeten we het niet zien, zegt Greet Vos, arts microbioloog in het Erasmus MC: “Liever wil ik een positieve benadering. De mensen die in ziekenhuizen werken, doen echt hun best, maar die krijgen van de buitenwereld steeds te horen dat ze patiënten dood maken en dat ze hun handen niet wassen. Ik zou zeggen: er is ruimte voor verbetering. Ziekenhuizen moeten zelf af en toe de prioriteiten beter leggen, ook wat kosten betreft.” Dat valt niet mee, want de thema’s waar ziekenhuizen zich mee bezig houden, worden bepaald door externe partijen als de inspectie en VWS. In nog weer een verplichte registratie van wondinfecties ziet Vos niets: “Ziekenhuizen weten zelf heel goed hoe ze hun infectiepreventie moeten aanpakken. Zodra iemand van buitenaf zegt: “Ik heb jaarlijks een cijfer nodig, gaat er een ambtelijk molentje draaien. Of we daar nu zoveel wijzer van worden. Laat professionals de ruimte om zelf met oplossingen te komen.”

Schoonmaakbeleving

Tot zover het onzichtbare vuil. Zichtbaar vuil is er ook en patiënten klagen er al jaren over. De schoonmaak is niet optimaal. Dat komt mede omdat ziekenhuizen steeds weer bezuinigingen door moeten voeren. Jaap van den Heuvel, voorzitter raad van bestuur Reinier de Graaf Groep: “Het is op heel veel plekken gewoon slecht gesteld met de schoonmaak. Ik vind het onacceptabel dat je je schoonmaak zover terug draait dat je het ziet. In een hotel dat zo vies is, zou je zelf niet gaan slapen. Maar: wat moet je? Als wij kunnen kiezen voor een aantal kankerpatiënten meer behandelen of voor betere schoonmaak dan kiezen we toch voor het eerste. Tot grote frustratie van onze manager facilitaire dienst.” Veel ziekenhuizen huren de schoonmaak extern in bij een gespecialiseerd schoonmaakbedrijf. Volgens Van den Heuvel is dat niet de oplossing. “Scherper aanbesteden geeft altijd kwaliteitsverlies”.

In het Nijmeegse Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis denken ze daar anders over. Ook daar wordt beknibbeld op de schoonmaak. Ook daar kennen ze de klachten van patiënten en medewerkers over stofvlokken op vloeren, haren in het doucheputje en schoonmakers die wel heel snel het toilet in en uit gaan. Recent deed het ziekenhuis een onderzoek naar de schoonmaak. Steekproefsgewijs zijn verschillende ruimten beoordeeld. Dat leverde het rapportcijfer 6,3 op. Daarnaast zijn patiënten en medewerkers gevraagd naar hun ‘schoonmaakbeleving’. Opgenomen patiënten gaven gemiddeld een 6,4, medewerkers een 5,9. Het ziekenhuis geeft de schoonmaak volgend jaar in handen van een schoonmaakbedrijf dat moet zorgen voor een kwaliteitsverbetering van twintig procent in drie jaar. Hanneke Niesten, sectormanager hotelservice, heeft er vertrouwen in: “Wij denken ook dat het efficiënter kan. Voor sommige afdelingen maken we hele specifieke afspraken, bijvoorbeeld de operatiekamers. Bij andere afdelingen kunnen we toe met zogeheten ‘outputgerichte’ afspraken. Dat betekent dat er niet wordt schoongemaakt als het niet vuil is.” Vandaar ook dat ‘beleving’ een belangrijk onderdeel is in het project. Niesten: “Patiënten denken vaak dat de vloer elke dag nat moet worden gereinigd, maar dat is niet zo. Soms haalt een schoonmaker alleen een vuile plek weg.”

Maximaal één stofvlok

Marktleider onder de schoonmaakbedrijven voor ziekenhuizen, Hago, ziet in de belevingsgerichte schoonmaak een trend. Directeur national sales Greg Klaver: “Men kiest steeds vaker voor een resultaatgericht contract. Het ziekenhuis bepaalt of het voor een acht of een negen gaat, of dat het tevreden is met een zes. Dat leggen we vast in afspraken, bijvoorbeeld: er mag maximaal één stofvlok op de vloer liggen en maximaal één kring op tafel te zien zijn. Hoe wij dat vervolgens organiseren, is onze zorg. Heel belangrijk daarbij is dat we monitoren hoe de patiënt onze schoonmaak ervaart. Is die schoonmaakbeleving onvoldoende dan koppelen wij dat terug.”

De vergelijking met een hotel gaat maar gedeeltelijk op, denkt Klaver. “Je ziet dat ziekenhuizen steeds meer aandacht krijgen voor gastvrijheid, dat mag je gelijk stellen met gastvrijheid die een hotel biedt. Maar een hotel wordt op een andere manier gebruikt en de vervuiling is anders. Schoonmaken is in een hotel logistiek gemakkelijker omdat daar de kamers leeg zijn op het moment dat de schoonmaker zijn werk doet.”

Hago speelt ook in op het personeelstekort in de zorg. “Er zijn taken rondom het bed waar verpleegkundigen eigenlijk geen tijd voor hebben. Je kunt daarbij denken aan serveren van voeding, bed opmaken of steunkousen aantrekken. Wij zeggen: laat die taken door een schoonmaker uitvoeren die daarvoor speciaal door ons is opgeleid. Zo ontlast je de verpleging en kan die zich bezighouden met haar kerntaken.”

Hoewel de schoonmaakbranche onder druk staat, is Klaver van mening dat in ziekenhuizen nog voldoende kwaliteit wordt geleverd. “In andere sectoren vind je partijen die onder de kostprijs leveren. In de zorg is dat niet zo. Als schoonmaakleverancier ervaren wij dat binnen de zorg de kwaliteitseisen nog steeds voorop staat.”

Reageren? zorgvisie.reactie@reedbusiness.nl