Waar is… Clémence Ross

Bekend als: staatssecretaris van VWS tot 22 februari 2007

Is nu: directeur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB)

Bij uw vertrek uit de politiek zei u niet te weten waarheen u de bakens ging verzetten. Nog geen twee maanden later was u directeur bij het NISB. Weer sport, welzijn en volksgezondheid.

“Het werkveld ligt mij heel na aan het hart. Er deed zich een vacature voor, ik heb gesolliciteerd en ben aangenomen. Toch is het heel anders. Het is een zakelijke omgeving. De feedback is direct, je zit dicht op de mensen voor wie het bedoeld is.”

Bij uw aantreden als staatssecretaris zei u al dat u ‘meer dynamiek van onderop’ wilde.

“Dat is altijd mijn streven gebleven. Bij VWS ging het om heel grote lijnen. Een Wmo die burgers inspraak geeft hoe ze hulp krijgen. Ik doelde met ‘onderop’ overigens ook op de werkvloer. Zo is het project ‘Zusters on tour’ bedoeld om de negatieve beeldvorming over het werk in de ouderenzorg om te buigen en het personeel een hart onder de riem te steken. (Over ‘Zusters on tour’ verschijnt in de hrm-special bij het oktobernummer van Zorgvisie een reportage, red.) Bij het NISB is lichaamsbeweging het instrument om kwetsbare mensen minder kwetsbaar te maken. Met het ministerie, gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties als partners sturen wij erop dat mensen lichamelijk en sociaal actief blijven.”

Is het heerlijk om ‘gewoon’ directeur te zijn in plaats van staatssecretaris en direct resultaten te zien?

“Ik hoef minder compromissen te sluiten, de processen zijn veel minder stroperig. Dat is inderdaad lekker. Maar ik heb een geweldige tijd gehad bij VWS. Het was ontzettend leuk om aan grote thema’s als de Wmo, kwaliteit van zorg en aandacht voor de professional, te werken.”

Gaat het goed met die thema’s of houdt u uw hart vast?

“Een gevaar blijft bijvoorbeeld dat het belang van cliënten in de knel komt tussen de vele institutionele en specifieke deelbelangen. Twee miljard voor chronisch zieken en mensen met een beperking lijkt veel, maar een deel van dat bedrag gaat op aan infrastructuur en regelingen. De rest moet verdeeld over miljoenen mensen. Het kan altijd beter en slimmer. Tegelijkertijd is het een kwestie van volhouden. Het duurt lang om de koers van zo’n oceaanstomer te verleggen. Je moet niet steeds het beleid weer aanpassen, bestuurlijke onrust leidt tot niets.”

U had de care onder uw hoede, nu gaat weer de staatssecretaris erover.

“Het was een stille wens van mij dat care en cure zouden wisselen van bewindspersoon. De care is een technisch en financieel complexe portefeuille. Heel breed ook en met groot maatschappelijk gewicht. Daardoor ook politiek risicovol. Misschien ligt het daaraan. De beschaving van een land kun je immers aflezen aan hoe het zijn meest kwetsbare inwoners behandelt.” (Berber Bast)