Poetsen en melken
Ze helpen niet alleen in het huishouden,
ze melken zo nodig de koeien of wieden de tuin.
In vier provincies zijn ze inzetbaar voor thuiszorg in het boerenbedrijf: de agrahulp.
“Kom maar achterom hoor”, klinkt het vanaf het erf. De koffie staat al te pruttelen in de keuken van de grote, oude boerderij in het Twentse Ambt Delden. Janny Lutke Willink zet de kopjes op tafel. Als agrahulp Ine Smit klaar is met het schoonmaken van het toilet en Dinand Lutke Willink binnenkomt, schenkt ze de koffie in.
Geen strak takenpakket
Janny Lutke Willink kan na een auto-ongeluk niet meer alles doen wat ze als boerin voorheen wel deed. Niet meer in het huishouden, maar ook niet meer op de boerderij. Voor ‘normale’ thuiszorg via de gemeente kwam ze niet in aanmerking. Ze is toch getrouwd met een gezonde man die aan huis werkt? Die kan toch helpen? “Maar hij werkt al vijftig tot zestig uur in de week. Het huishouden er ook nog bij doen wordt echt te veel”, vertelt Janny aan de keukentafel. “En we hebben twee kinderen, die hebben ook aandacht van hun vader nodig.”
Een schoonmaakbedrijf bood weinig uitkomst. “Die werken met lijsten met hoeveel tijd ze aan alles kunnen besteden. Dat werkt niet op een boerenbedrijf.” Via AB Oost regelde de familie een agrahulp: thuiszorg op de boerderij. Een agrahulp zit niet zoals in de reguliere thuiszorg vast aan een strak takenpakket, maar kijkt in overleg met de boer en boerin wat er moet gebeuren. En dan gaat het niet alleen om het schoonhouden van het huis, maar ook om het onkruid wieden in de tuin of om het helpen op de boerderij. Ook boodschappen doen en op de kinderen letten, kunnen op de takenlijst staan. Sinds een half jaar komt Ine Smit twee keer in de week een ochtend werken bij de familie Lutke Willink.
Emancipatie
De agrahulp bestaat al sinds de jaren tachtig, zo weet productmanager diensten Anne Marie van Oldeniel van AB Oost. “Vanaf die tijd gingen ook meisjes naar de landbouwschool en werkten vrouwen mee op het bedrijf.” AB Oost leverde al bedrijfsverzorging (vervangende hulp) aan boeren, toen de emancipatie ook tot de agrarische sector doordrong. “Vrouwenorganisaties maakten zich er sterk voor dat vrouwen ook vervangen zouden worden.” Zie daar de agrahulp. Vanaf 1 maart dit jaar is de agrahulp haar nieuwe leven begonnen. Er zijn volgens Van Oldeniel twee factoren die ervoor hebben gezorgd dat die ‘vroegere agrahulp’ is gewijzigd in een meer huishoudelijke hulp: de Wmo is ingevoerd en de functie van boerin is in de loop van de jaren veranderd. Steeds meer boerinnen hebben een zelfstandige baan. “Het huishouden blijft echter bestaan en daar is dan ook hulp in nodig. Maar dat is niet het enige. Ook kinderen naar school brengen, is op een boerenbedrijf een echte taak. Hierin voorziet de Wmo niet, en dat is terecht, maar de vraag is er wel degelijk.”
Nummer 8384
Na de koffie trekt Ine de laarzen aan om het tanklokaal (de ruimte waar de tank staat waarin de koeienmelk opgevangen wordt) schoon te maken. Ze heeft het sopje nog maar net klaar of een bestelbus komt het erf oprijden. Janny roept: “Kun je even helpen met het vastzetten van een koe?” De man in overall blijkt een embryo te komen inplanten bij een pink. “Nummer 8384 moet het zijn.” “Normaal zou ik zelf over het hekje klimmen om te helpen, maar dat gaat nu niet”, vertelt Janny in de stal. “En mijn man is ook net weg, dus het is erg fijn dat Ine kan helpen.” Ine heeft intussen de juiste koe gevonden en zet hem vast. Dan zit voor haar het werk erop en kan ze terug naar het tanklokaal. “Ik heb zelf lang op een boerderij gewoond, dus ik weet hoe het reilt en zeilt”, vertelt de agrahulp. “Dat is geen vereiste voor een agrahulp, maar wel een voordeel. Als er bij wijze van spreken een koe staat te kalveren, kijk ik niet raar op. En het tanklokaal weet ik ook gewoon te vinden.”
Zelfstandige vrouwen
Agrahulpen zijn vrouwen die van de boerderij komen of een agrarische opleiding hebben gedaan. “Het zijn heel zelfstandige vrouwen”, vertelt Van Oldeniel. “Ze zien het bijna als een roeping om te helpen in crisissituaties en het gezin over te nemen. Ze zorgen ervoor dat de heel gewone dingen kunnen doorgaan.” Agrahulpen zijn zeker op mbo-niveau opgeleid en zijn sociaal vaardig. “Je moet je handen kunnen gebruiken, maar als je geen goede sociale vaardigheden hebt, kun je ook geen agrahulp worden. Dat kun je niet leren.” Het was niet lastig personeel te vinden. “In de thuiszorg zijn veel banen beschikbaar gekomen doordat er geen werk meer is. Bij ons heb je net dat plusje, je kan net iets meer doen. Dat vinden mensen leuk. Op één advertentie kregen we dertig reacties. Dat is echt heel veel. Ook meldden zich spontaan mensen om te komen werken.”
Bijna dertig agrahulpen zijn er nu in dienst bij AB Oost. In vier provincies is het mogelijk om de agrahulp te ontvangen: Drenthe, Gelderland, Overijssel en Flevoland. Het aantal gezinnen dat agrahulp krijgt, is moeilijk in te schatten omdat vooral wordt voorzien in crisissituaties. “Het aantal verschilt per dag”, vertelt Van Oldeniel.
Lekker afwisselend
Als Ine Smit de melktank schoon heeft, is het tijd om in huis weer iets te doen. Het plan is het schrobben van de vloer, maar Janny vraagt of ze tussendoor eerst even het vlees kan braden. Geen probleem voor Ine, die het vlees al in de pan legt. Tussendoor doet ze de koffiekopjes in de afwasmachine en ruimt ze het aanrecht wat op. Janny vraagt of Ine even kan kijken of de dochter des huizes haar kamer wel netjes heeft opgeruimd. Dat heeft ze, en Ine kan weer naar de keuken, waar nog een nieuwe zak in de prullenbak moet.
“Het werk is lekker afwisselend”, vertelt ze. Zo vroeg Janny laatst of ze een keer ’s middags kon komen om met het gezin mee te gaan naar een fokveedag, waar de kinderen een show liepen met elk hun eigen kalfje. Als een kalfje het op de heupen kreeg, moest er wel iemand kunnen ingrijpen. En van de week bij een van de andere vier gezinnen waar ze werkt, heeft Ine het interieur van een caravan schoongemaakt, omdat de mensen op vakantie gingen. Dat is dan ook geen probleem. Toen een stel schapen moest verhuizen, hielp ze even mee. “Je maakt nog eens wat mee. Ik kom bij een rundveebedrijf, een varkensboer, een loonwerker.”
Voorkeursrecht
“Sommige mensen zeggen dat wij beter zijn dan thuiszorg”, zegt Van Oldeniel. “Dat is niet zo. De thuiszorg zit vast aan een indicatie, wij niet. En daar betaalt de klant ook voor.” Agrazorg is best duur voor gezinnen; de kosten komen overeen met de prijs van huishoudelijke hulp bij een particuliere thuiszorgorganisatie, zo tussen de 21 en dertig euro per uur. Of dit wordt vergoed door de verzekering hangt af van de aanvullende verzekering. “Een gezin krijgt korting op Agrazorg als de vrouw lid is van AB Oost.” AB Oost heeft 13.000 leden van wie de meeste deelnemen aan een reductiefonds. Zij betalen daarvoor een premie en dekken hiermee een risico af. “Zij hebben een voorkeursrecht, de garantie dat er hulp komt bij ziekte. Dat geldt voor zowel hulp in het voorhuis als op de boerderij. Er kan 24 uur per dag gebeld worden, dus ook ’s nachts.” Niet-leden betalen meer omdat zij deze premie niet afstaan. “Voor hen garanderen we de zorg niet. We doen wel ons best, en negen van de tien keer lukt het wel, maar het is geen garantie.”
Hoewel Janny als niet-lid het hoogste tarief betaalt voor de hulp, is ze erg blij met de komst van Ine. Totdat ze zelf weer het huishouden kan oppakken, blijft Ine dan ook twee keer in de week komen. •
Nieuwsgierig naar het werk van een agrahulp? Bekijk de video van Ine Smit op het boerenbedrijf van de familie Lutke Dinand op zorgvisie.nl/video
Kader bij artikel: KRAAMZORG OP DE BOERDERIJ
AB Oost werkt sinds februari samen met VVT Kraamzorg om ook kraamzorg op de boerderij te kunnen leveren. Als leden van AB Oost behoefte hebben aan kraamzorg, worden zij doorgestuurd naar VVT Kraamzorg. Een groot deel van de klanten van VVT Kraamzorg zijn mensen uit de agrarische sector. Het bedrijf hoopt door de samenwerking met AB Oost zijn markt uit te breiden.
“We sturen mensen naar een boerderij die daar affiniteit mee hebben”, vertelt directeur Henri Soepenberg van VVT. Bij de organisatie werken ook kraamverzorgers die zelf van de boerderij afkomstig zijn. “Werken op de boerderij is net anders dan in het burgerleven. De dynamiek is anders. Het werk is niet zoals in een normaal gezin om vijf uur klaar. Wij zijn daarom flexibel in de werktijden. Als je weet wat er speelt, kun je daarop inspringen. Ons streven is om een vaste kraamverzorger bij een gezin te laten komen.”
Ook is het de bedoeling dat VVT thuiszorg gaat leveren als AB Oost hier om vraagt. “Bijvoorbeeld als zij een tekort aan thuiszorgmedewerkers hebben”, zegt Soepenberg.
Auteur(s): Annelies Vermeulen
Bron: ZorgVisie , jaargang 38 , nummer 9 , datum 1-9-2008