De vrijblijvendheid voorbij
Minister Rouvoet van Jeugd en Gezin overweegt verplichte invoering van een meldcode kindermishandeling. Het Medisch Centrum Haaglanden heeft al een protocol dat verpleegkundigen op de spoedeisende hulp helpt elk vermoeden te melden.
Minister André Rouvoet van Jeugd en Gezin liet voor de zomer weten te willen kijken naar verplichte invoering van een meldcode kindermishandeling. Hij zei dit naar aanleiding van een onderzoek van zijn ministerie waaruit blijkt dat slechts 45 procent van de organisaties die met kinderen werken, beschikt over een meldcode. “Onaanvaardbaar” vindt Rouvoet. Als het aan hem ligt, is wat het gebruik van meldcodes betreft, de tijd van vrijblijvendheid voorbij. Een woordvoerder verwacht dat Rouvoet eind augustus meer details bekendmaakt.
De raarste dingen
Tot voor kort deden de verpleegkundigen van de spoedeisende hulpafdelingen van Medisch Centrum Haaglanden (MCH) in Den Haag nauwelijks iets als zij een kind met verdachte verwondingen zagen. Uit angst de ouders ten onrechte van kindermishandeling te beschuldigen, lieten de verpleegkundigen hen met hun kinderen na de behandeling ongehinderd naar huis gaan. Door de vasthoudendheid van verpleegkundige Hester Diderich is er sinds eind 2007 een protocol. Nu wordt elk vermoeden bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) gemeld, ook als het kind zelf geen patiënt is. “We krijgen hier veel volwassenen binnen met alcoholverslaving, drugsproblemen of psychiatrische problematiek. Die mensen doen de raarste dingen. En ze hebben allemaal kinderen. Kun je nagaan wat daarmee gebeurt.”
Een signaleringsprotocol kindermishandeling voor de acute hulp bestaat al langer. Ook het MCH gebruikt deze zogeheten ‘Sputovamo’-formulieren. Nieuw aan het protocol dat Diderich ontwikkelde, is dat ook de sociale context van het kind erin wordt betrokken.
Als medewerkers van de SEH nu het vermoeden hebben dat een kind thuis lichamelijk of geestelijk wordt mishandeld, sturen zij per fax een melding naar het AMK. Daar beslist een vertrouwensarts of en wanneer het AMK actie onderneemt.
Niet-pluisgevoel
Manager SEH Frans de Voeght vertelt dat de raad van bestuur in het begin wel haar bedenkingen had. De raad zat erg met het risico dat meldingen onterecht zouden zijn. Die vrees is niet bewaarheid. Sinds december vorig jaar heeft de SEH 35 meldingen gedaan van vermoedens van kindermishandeling. Op één na bleken alle meldingen terecht te zijn. Tot ieders verrassing bleef ook de verwachte agressie van ouders uit. De Voeght: “Wat je merkt, is dat ouders niet bewust hun kinderen mishandelen. Er ligt altijd een oorzaak achter. Wij denken dat mensen het zelfs wel prettig vinden dat er op een gegeven moment hulp komt voor ze.”
Wat alles uitmaakt, is de manier waarop de verpleegkundigen hun niet-pluisgevoel bespreekbaar maken. De Voeght: “Wij zeggen dat de raad van bestuur hier in dit ziekenhuis een meldingsplicht heeft ingesteld en dat we deze gevallen moeten doorgeven bij AMK. We zeggen ook dat dit niet betekent dat kinderen direct uit huis worden geplaatst. En dan blijkt dat mensen dit best op een redelijke manier aanhoren.”
Thuissituatie
Op 19 juni is het protocol officieel aan minister Rouvoet aangeboden. De mensen van de SEH in Den Haag hopen dat hun initiatief landelijk navolging krijgt. Dat ligt lastig, is de ervaring van Hester Diderich: “Iedereen die ik bel, zegt: ja, maar wij hebben ook een fantastisch protocol. Het punt is echter: het is alleen geschikt als het kind als patiënt staat ingeschreven. Ons protocol gaat juist over de thuissituatie. En omdat er een vertrouwensarts van het AMK tussen zit, maakt de kans dat je er last van krijgt via een gerechtelijke procedure heel klein.”
Frans de Voeght voegt toe: “Het erge vind ik dat wij jarenlang verzuimd hebben om dit soort dingen te doen. Terwijl het zo eenvoudig blijkt te zijn.” •
Op zorgvisie.nl vindt u het protocol van het Medisch Centrum Haaglanden. Ook het rapport van het ministerie Jeugd en Gezin is via zorgvisie.nl in te zien.
Auteur(s): Carina van Aartsen
Bron: ZorgVisie , jaargang 38 , nummer 9 , datum 1-9-2008