Beloning bestuurders aan banden
De afgelopen maanden kwamen verschillende verhalen in de media over
excessieve afvloeiingsregelingen in de care. Hebben de commissarissen voor Sinterklaas gespeeld of vallen de gouden handdrukken binnen de regels van
het betamelijke?
Amsterdam Thuiszorg, Stichting Zorgbalans en Zorgkwadrant hadden de ‘eer’ het nieuws te halen met de royale ontslagpremies die zij hun scheidende bestuurders meegaven. Uit het jaarverslag over 2007 van de Haarlemse stichting Zorgbalans blijkt dat bestuurders die in 2006 ‘arbeidsongeschikt’ raakten, over 2007 salaris uitbetaald kregen. Volgens eigen berekeningen van Zorgvisie op basis van de individuele salarissen, zoals die vermeld staan in de jaarrekening van 2006, ontving oud-bestuursvoorzitter Ad van de Nes in 2007 naar schatting 103.846 euro loon. Zijn collega-bestuurders Frans Smit en Harry Scheeper kregen in 2007 nog respectievelijk 125.340 en 145.996 euro salaris op hun rekening gestort. Naast deze salarissen, betaalde Zorgbalans vorig jaar 985.210 euro uit aan ontslagvergoedingen voor de bestuurders Ad van de Nes, Frans Smit en Theo Razenberg. Tel daar de kosten van bijna een half miljoen euro van twee interim-bestuurders bij op en de kostenpost ‘bezoldiging bestuurders’ viel in 2007 wel erg hoog uit voor Zorgbalans. Temeer daar bekend is dat de organisatie met een eigen vermogen van slechts 2,9 miljoen euro er financieel niet florissant voorstaat.
Optisch hoog
De voorzitter van de raad van toezicht van Stichting Zorgbalans, Lesha Witmer, zegt dat de organisatie niet anders kan dan vertrekkende bestuurders datgene te betalen waar ze wettelijk recht op hebben. Witmer: “In de media is sprake van een bedrag van 1,4 miljoen aan vertrekpremies voor drie ontslagen bestuurders, Van de Nes, Smit en Razenberg. Dit bedrag is verkeerd geïnterpreteerd en is alleen optisch hoog.” Volgens Witmer heeft Zorgbalans geen 1,4 miljoen euro verdeeld over drie vertrekkende bestuurders, maar gaat het om een lumpsum waarin alle bestuurderskosten van 2007 zijn verwerkt, dus niet alleen de ontslagvergoedingen. “Die bestuurderskosten zijn hoog omdat we in grofweg een jaar tijd om verschillende redenen zeven bestuurders hebben gehad. In die 1,4 miljoen zitten alle salariskosten van de bestuurders: het doorbetaalde loon van twee zieke bestuurders, de kosten voor twee interim-bestuurders en de afvloeiingskosten voor vertrekkende bestuurders van wie er twee met pensioen gingen. Wat we uiteindelijk betaald hebben, is normaal volgens de huidige wettelijke normen.” De hoogte van de ontslagvergoedingen is volgens Witmer pro forma via de kantonrechter vastgesteld. “Dat is de normale praktijk. Op de afvloeiingsregelingen is de kantonrechterformule gehanteerd. In deze formule wordt de leeftijd van de bestuurder en de duur van zijn dienstverband meegerekend. Dat is als basis gebruikt.”
ABC-formule
De kantonrechtersformule is de basis waarop de kantonrechters in Nederland bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst bepalen of een ontslagvergoeding wordt toegekend. Ook bepaalt de kantonrechtersformule, ook wel ABC-formule genoemd, de hoogte van de vergoeding. Aantal gewogen dienstjaren maal Bruto maandsalaris (inclusief toeslagen) maal Correctiefactor levert het eindbedrag. Met de gebruikte correctiefactor laat de kantonrechter zien wie hij de omstandigheden die tot de ontbinding leiden, verwijt. De kantonrechter kan een correctiefactor van nul of hoger gebruiken.
Commissarissen hoeven bij onvrijwillig vertrek van zorgbestuurders niet persé het kantongerecht in te schakelen. Zij kunnen in plaats hiervan de richtlijn voor bestuurderscontracten hanteren. Deze is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in Zorginstellingen (NVZT) en de Vereniging van bestuurders in de gezondheidszorg (NVZD).
Verouderde clausule
De ontslagpremie van een bestuurder wiens contract volgens de NVZT/NVZD-richtlijn is opgesteld, pakt volgens Herman Blom veel goedkoper uit. Blom is bestuurder van het Friese Zorgkwadrant, de organisatie die in het nieuws kwam door het vertrek van bestuurder Wim Leijenaar. Leijenaar verdiende 172.040 euro per jaar en ontving bij zijn vertrek in 2007 twee jaarsalarissen. “Via het kantongerecht afscheid nemen van een bestuurder is duurder omdat de rechter kijkt naar het aantal jaren van dienst”, zegt Blom. “Hoe langer een manager ergens zit, hoe hoger de ontslagpremie. De vergoeding loopt snel op als iemand vijftien jaar in dienst is geweest. Als ik ontslagen zou worden, zou ik met mijn contract minder meekrijgen dan wat ik volgens de kantonrechterformule meekrijg. Maximaal tot één jaarsalaris. Dat is maar een fractie van wat Leijenaar heeft meegekregen.”
De reden waarom Leijenaar met bijna drieëneenhalve ton afscheid kon nemen, komt volgens Blom doordat hij een verouderde clausule in zijn contract had staan. “Toen kon een bestuurder van een fusieorganisatie nog een ontslagvergoeding bemiddelen die het risico van het mislukken van de fusie compenseert. Hierbij krijgt de bestuurder als hij binnen een jaar na de fusie moet opstappen, drie keer het jaarsalaris mee. Als de zaken twee jaar na de fusie mislopen, krijgt hij twee keer zijn jaarsalaris. En na drie jaar bedraagt de vergoeding nog één jaarsalaris.”
Staffeling
Toezichthouder Witmer van Zorgbalans verkiest niet zoals Blom de NVZT/NVZD-richtlijn boven de kantonrechterformule. “Wij hebben de richtlijn niet toegepast, want dan waren de bedragen nog veel hoger uitgevallen. Alles wat vertrekkende bestuurders volgens deze richtlijn kunnen meenemen, is bij elkaar opgeteld vrij veel. De formule die in de jaren negentig gold was nog excessiever dan de huidige regeling.” Witmer wil niet ingaan op de vraag of een of meer van de vorig jaar vertrokken bestuurders bij Zorgbalans contractafspraken had onder de oude richtlijn uit de jaren negentig.
Volgens de huidige richtlijn die in 2006 geïmplementeerd is, kan een wachtgeldregeling bij niet-vrijwillig vertrek van bestuurders oplopen tot maximaal één bruto jaarsalaris. Een bestuurder kan na vier jaar werkzame dienst een jaar loon meekrijgen. Na drie jaar dienst, negen maanden loon, na twee jaar zes maanden en na een jaar twee maanden. Dit op basis van een vierjarig contract. Vóór deze richtlijn gold de richtlijn uit 2003. Hierin kon een bestuurder een jaarbeloning meekrijgen na een werkzame periode van zes jaar.
De NVTZ-NVZD-richtlijn kent hiernaast de meer complexe ‘staffeling’, waarbij leeftijd en lengte van het dienstverband een rol spelen. Ook bij de formule van staffeling geldt een maximum van eenmaal een vast jaarinkomen.
Schone lei
Volgens Theo Schraven, managing partner van organisatieadviesbureau Zorg Consult Nederland, zijn de richtlijnen van de NVTZ en NVZD te verkiezen boven de kantonrechterformule. Hij vindt dat een vertrekpremie nooit de norm van maximaal één jaarsalaris mag overschrijden. “Een bestuurder is iets anders dan een manager. Daar hoort een zwaardere verantwoordelijkheid, maar ook een hoger risico bij. Daarom ligt de bezoldiging van een bestuurder fors hoger. Het risico van een mogelijk ontslag – dat dus deels in de hogere beloning is verdisconteerd – hoeft niet verder gecompenseerd te worden door een of andere regeling.” Volgens Schraven moeten toezichthouders ervoor waken allerlei aparte ontslagregelingen in de contracten van bestuurders op te nemen. Het probleem met gouden handdrukken is dat bestuurders vaak nog oude regelingen hebben waardoor toezichthouders voor voldongen feiten staan. De afspraken zijn immers door eerdere commissarissen gemaakt. “Mijn advies aan toezichthouders is om zoveel mogelijk met een schone lei te beginnen. Zeker bij fusies moet je weten waar je instapt. Kijk in het fusieproces tijdig naar wat de vooraf verkregen rechten van de bestuurders zijn. En als die rechten buiten proporties zijn, dan dient dat inzet te zijn voor onderhandeling en een andere regeling. Dat is best mogelijk want de bestuurders komen in de fusieorganisatie doorgaans toch al een hogere schaal.”•
Lees meer
De perikelen rond de gouden handdruk van Gerard Tanke van Amsterdam Thuiszorg vindt u op archief.zorgvisie.nl
Kader bij artikel:
BELONING NAAR ZWAARTE
In september komen de NVZT en NVZD met een code voor de beloning van zorgbestuurders, inclusief de vergoeding bij ontslag. Het nieuwe aan deze code is dat die naar verwachting bindend zal zijn in het kader van de wet Normering topinkomens in de semi-publieke sector. Deze wet van minister Guusje ter Horst volgt het advies van de commissie-Dijkstal, die aanraadt de semi-publieke sector in te delen in drie beloningsregimes. Een regime is zwaarder naarmate een sector zich dichter bij de publieke sector bevindt. Voor het zwaarste regime geldt een salarismaximum van circa 170.000 euro per jaar. Het lichtste regime kent alleen een openbaarmakingverplichting. Hier tussenin zit het regime waar de zorgsector onder valt. Voor dit regime geldt de beloning van ministers als maximum, zijnde 132.000 euro op jaarbasis inclusief vakantiegeld, exclusief eindejaarsuitkering.
De wet moet nog door de Tweede en Eerste Kamer.
Auteur(s): Wouter van den Elsen
Bron: ZorgVisie , jaargang 38 , nummer 9 , datum 1-9-2008