Wmo brengt mensen bijeen

IJsselmonde biedt ondersteuning binnen verenigingsleven

In het tweede jaar van de Wmo komen de eerste succesverhalen uit gemeenten naar buiten. In het julinummer beschreef Zorgvisie hoe het zorgloket in Enschede de zorgvraag verheldert. Deze maand aandacht voor IJsselmonde waar de gemeente oplossingen zoekt binnen het plaatselijke verenigingsleven.

De invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ging met veel rumoer gepaard. Krantenkoppen reppen van ‘verkapte bezuiniging’, ‘uithollen van de zorg’ en ‘omvallende thuiszorgorganisaties’. In het tweede jaar van de Wmo komen de eerste succesverhalen los. De Wmo heeft in sommige gemeenten als hefboom gefungeerd om nieuwe verhoudingen tussen burgers en overheid neer te zetten. Het ideaal van de civil society waarin burenhulp heel gewoon is, lijkt er nieuw leven ingeblazen te worden. Dat is overigens precies wat de Wmo beoogt.

Het ‘IJsselmonde-gevoel’

IJsselmonde is een mooi voorbeeld van het zetje dat de Wmo geeft aan de nieuwe verhoudingen. De deelgemeente van Rotterdam ligt aan de zuidelijke voet van de Van Brienenoordbrug. Een verzameling van wijken, variërend van oud tot nieuw. En van luxe- tot probleemwijk: de randstad in het klein.

IJsselmonde heeft een paar opmerkelijke kenmerken. Ze hebben er bijvoorbeeld 150 verenigingen en sportclubs. En steeds meer bewoners sluiten contracten met de deelgemeente af om hun straat of buurtpark zelf te onderhouden. Actief en onderling betrokken, die IJsselmondenaren.

Dit ‘IJsselmonde-gevoel’ ligt ook ten grondslag aan de invulling die hier aan de Wmo wordt gegeven. Mensen die korte of langere tijd niet zelfstandig uit de voeten kunnen, worden gekoppeld aan een van de vele netwerken in de deelgemeente. Het is de versterking van een civil society, die in de kiem al duidelijk in IJsselmonde aanwezig was.

De praktische uitvoering van de Wmo loopt in IJsselmonde via De Vraagwijzer, zoals het Wmo-loket hier heet. In een huiskamerachtige setting gaan getrainde medewerkers het gesprek aan met de hulpvrager. Overigens gebeurde dat al ruim voordat de Wmo een feit was.

Nieuwe paradigma’s

Het klinkt allemaal heel vanzelfsprekend. Toch moesten ook in IJsselmonde in het denken een paar knoppen worden omgezet voor de Wmo-aanpak goed ging functioneren. “Onze Wmo-aanpak stoelt op drie nieuwe paradigma’s”, vertelt Wmo-portefeuillehouder Bram van Hemmen. “Wat we normaal gesproken ‘zorg’ plegen te noemen, is in de kern bijna altijd een welzijnsvraagstuk”. Van Hemmen vervolgt met tweede, nieuwe paradigma: “Het gezondheidszorgsysteem richt zich op de zieke mens. Daaromheen worden geldstromen en kennis georganiseerd. Wij draaien dat liever om en zien de gezonde, vitale samenleving als de norm. Als iemand door ziekte of een andere beperking niet mee kan komen, is onze eerste zorg om deze burger vanuit de actieve samenleving dusdanig steun te geven, dat hij of zij zelf weer mee kan in die samenleving”.

Dit tweede paradigma lijkt oppervlakkig gezien niet zo opzienbarend. ‘Bevorderen dat iemand actief aan de samenleving kan deelnemen’ is letterlijk een van de Wmo-normen die een gemeente moet waarmaken. Van Hemmen: “Het gaat erom hóe je de participatie bevordert. Je kunt een maatschappelijk werker inzetten, een rollator verschaffen, jeugdzorg inschakelen, een gespecialiseerde wijkzorgverpleegkundige inhuren. Kan allemaal. Maar in IJsselmonde blijkt in meer dan de helft van de bemiddelingsgesprekken dat de problemen anders en beter kunnen worden opgelost.”

De accentverschuiving van zorg naar welzijn heeft namelijk nog een derde verandering tot gevolg: professionele hulp- en zorgverleners van twintig organisaties werken in deze opzet in ‘de backoffice’ van het Wmo-loket. Zij komen pas in actie als de kaartenbak met informele netwerken, ‘de frontoffice’, geen of onvoldoende soelaas biedt.

Vraag achter de vraag

Maar hoe werkt het in de praktijk? Denise van Dongen, manager van het team consulenten van het Wmo-loket in IJsselmonde geeft een voorbeeld. “Onlangs kwam een oudere mevrouw naar ons toe. Ze vroeg: ‘Kunnen jullie voor mij regelen dat ik ’s avonds een warme maaltijd thuisbezorgd krijg?’ Vervolgens is de Vraagwijzer-consulente met deze mevrouw in gesprek gegaan. Toen werd duidelijk dat zelf kóken het probleem niet was. Het was meer het boodschappen doen. Dat viel haar steeds zwaarder. We hebben haar in contact gebracht met een vrijwilliger bij haar in de buurt. Samen doen ze nu twee keer per week boodschappen. En mevrouw kookt weer zelf. Nog niet zo lang geleden hadden we deze oudere mevrouw doorverwezen naar de instantie die maaltijden thuisbrengt. Nu nemen we de tijd om na te gaan hoe het probleem in elkaar steekt. We gaan op zoek naar de vraag achter de vraag”.

Om dat te kunnen doen, zijn de Vraagwijzer-consulenten getraind op dóórvragen. Het interieur met luie stoelen maakt dat dit soort gesprekken veel makkelijker verloopt dan wanneer een hoofd in een loket een formulier invult.

Van Dongen: “We zijn nu bezig om ons administratieve netwerk te versterken met mensen die een kei zijn in het ontwarren van post en rekeningen. Naar deze ‘postdeskundigen’ is steeds meer vraag. We kregen laatst een jonge allochtone moeder op bezoek. Ze had problemen met de taal en begreep maar weinig van de rekeningen die ze kreeg. De stapel post thuis werd steeds hoger. Een vrijwilliger die jarenlang op een kantoor heeft gewerkt, is haar toen een middagje gaan helpen.”

Oudere volkstuinders

Wat op individueel niveau werkt, werkt ook voor groepen mensen. Geïnspireerd door de nieuwe benadering van de Wmo, is bijvoorbeeld een hele club volkstuinders geholpen. Volkstuinvereniging Hordijkerveld bezit een enorm volkstuincomplex aan de rand van IJsselmonde. De gemiddelde leeftijd van de tuinders ligt ver boven de 65 jaar. En dat begon je te merken. Paden, sloten en steeds vaker de eigen tuintjes konden ze niet meer goed bijhouden. Te intensief werk. Jammer, want voor de volkstuinders is hun lapje groen een bron van rust en geluk. Thuis achter de geraniums zouden ze wegkwijnen en ziek worden.

Iets verderop in IJsselmonde zitten op de afdeling Praktijkonderwijs van openbare scholengemeenschap Nieuw Zuid kinderen die grote moeite hebben met leren en discipline. Het zijn jongeren die door de samenleving al snel als ‘kansloos’ worden aangemerkt. Aan boeken en lokalen heeft Nieuw Zuid geen gebrek. Maar de broodnodige ruimte om in de praktijk vaardigheden te leren ontbrak.

De deelgemeente koppelde de volkstuinvereniging aan de school. Marij de Ronde van de vereniging. “Nu hebben 95 leerlingen per week een vaste plek op het tuincomplex. Docenten komen mee. Verdeeld over verschillende groepen doen de leerlingen tuinonderhoud en bouwen ze nieuwe tuinhuisjes.” Ook baggeren de jongens op verzoek van de school de sloten rond het volkstuincomplex uit. De deelgemeente betaalde zes waadpakken van totaal 450 euro en spaart daarmee tienduizend euro per jaar aan arbeidsloon uit.

Docente Marja Pieters van Nieuw Zuid is “ontzettend blij” met de samenwerking. “Je ziet de leerlingen groeien. Een paar jongens die de afgelopen maanden op de tuin hebben gewerkt, staan nu met een bloemenkraam in de verschillende ouderencomplexen van De Stromen. Met de kassa omgaan, service verlenen aan de klanten: het gaat ze goed af.”

Wethouder Van Hemmen glundert. “Ouderen kunnen lekker blijven tuinieren en jongeren krijgen prachtkansen om zichzelf te bewijzen. De oplossing past exact in de sociale netwerkstrategie die we voor de Wmo hanteren.”

Een leuk leven

Is wat in IJsselmonde gebeurt, toonaangevend voor wat in andere gemeenten gaat gebeuren? Bram van Hemmen: “Ik heb het idee dat je er als gemeente wel een beetje klaar voor moet zijn. Ik las dit voorjaar in dagblad Trouw een verhaal over Claire Wesselius, een aan haar rolstoel gekluisterde actieve vrouw die allerlei faciliteiten aan haar neus voorbij zag gaan, zodat ze steeds meer vereenzaamde. Ze zegt in dit verhaal: ‘De gemeente is er niet voor om te zorgen dat ik een leuk leven heb.’ Ik ben een pleitbezorger van de gedachte dat de gemeente wel degelijk voorwaarden kan scheppen om mensen een leuk leven te geven. De Wmo-aanpak van IJsselmonde laat zien hoe het ook kan. Een toetsbare aanpak die we met een zekere gretigheid ter hand nemen.”

Hij vervolgt: “Natuurlijk kunnen we niet alle problemen verhelpen door mensen te begeleiden naar een passend netwerk. Er zijn zorgvragen die door zorgspecialisten moeten worden opgelost. Dat gebeurt ook. Toch is de behoefte aan tijdelijke niet-professionele ondersteuning kenmerkend voor tachtig procent van de kwetsbare mensen die bij de Vraagwijzer van IJsselmonde binnenkomen. In mijn ogen is de Wmo een lakmoesproef die verduidelijkt dat een gemeente of deelgemeente zo ontzettend veel meer is dan een verzameling individuen.”

Kader bij artikel:

DE VRAAGWIJZER IN CIJFERS

75 bezoekers per week

112 telefoontjes per week

Terugbellen op dezelfde dag

Gemiddelde gespreksduur aan ‘loket’ 30 minuten

Gemiddelde gespreksduur telefonisch 10 minuten

3,1 fte verdeeld over 4 medewerkers

De reportage Het schoolvoorbeeld uit Enschede over het Wmo-loket gemist? U vindt het terug op www.zorgvisiearchief.nl