Wim Groot - Harde les

Vergelijkbare gevallen worden soms verschillend behandeld. Sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet lijden de zorgverzekeraars grote verliezen. Hierdoor hebben ze moeten bezuinigen op hun kosten, kantoren moeten sluiten en personeel moeten ontslaan. Slecht presterende zorgverzekeraars die in de financiële problemen zijn gekomen – zoals Agis – zijn overgenomen door meer draagkrachtige concurrenten. Wij, als consumenten, vinden dat prima. Door de concurrentieslag zijn de ziektekostenpremies immers beperkt gestegen.

De invoering van de marktwerking in de thuiszorg leidt ook tot scherpe prijsconcurrentie. Om een zo groot mogelijk marktaandeel te verwerven, bieden veel thuiszorgorganisaties huishoudelijke hulp aan beneden de kostprijs; net als de zorgverzekeraars hebben gedaan met hun ziektekostenpolissen. Daarnaast leveren sommige thuiszorgorganisaties in hun verpleging en verzorging meer zorg dan met het zorgkantoor is overeenkomen. Deze overproductie wordt vaak niet vergoed. Als gevolg hiervan moeten sommige thuiszorgorganisaties personeel ontslaan. Enkele dreigen zelfs failliet te gaan.

De overeenkomsten met de zorgverzekeraars is opvallend. Het verschil is dat nu iedereen moord en brand schreeuwt. Politici roepen dat er extra geld moet komen om de verliezen op te vangen. Dit is domste wat je kunt doen. Financiële steun beloont bestuurders die willens en wetens ervoor hebben gekozen om huishoudelijke hulp beneden de kostprijs aan te bieden. De wetenschap dat als het misgaat de overheid altijd met een zak geld klaarstaat, maakt bestuurders lui en gemakzuchtig.

Voor de sector zou het goed zijn als een paar thuiszorgorganisaties failliet gaan. De financiële problemen in de thuiszorg zijn voor een deel te wijten aan mismanagement. De kwaliteit van bestuurders in de thuiszorg is niet altijd goed. Faillissementen hebben een disciplinerend effect en vergroten het besef bij bestuurders dat ze een financieel verantwoord beleid moeten voeren. Thuiszorgorganisaties moeten leren dat ze hun eigen broek moeten ophouden.

Wim Groot, hoogleraar gezondheidseconomie aan de Universiteit Maastricht