Uit de tijd - Proefdraaien met het ‘groene schaap’
De schapenvacht was decennialang een veelgebruikt middel om doorligplekken te voorkomen. Toch waren ze niet handig in gebruik: ze werden snel smerig en waren slecht te wassen. De vacht verdween volledig uit de verpleeg- en verzorgingshuizen. Nu is er een nieuwe, wasbare vacht van een Australisch schaap. De eerste ervaringen zijn positief.
Dit voorjaar nog besteedde het Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging, LEVV, aandacht aan de schapenvacht ter voorkoming van decubitus. In het rapport Doorbreek de rituelen over achterhaalde zorgmethoden, werd het gebruik van een schapenvacht ontraden. Het LEVV kon geen goede wetenschappelijke onderbouwing vinden. Toch lijkt de conclusie te voorbarig, nu twee gerandomiseerde klinische onderzoeken naar de nieuwe Australische medische schapenvacht laten zien dat deze vacht de kans op decubitus wel degelijk verkleint.
Grasgroen
Het nadeel van de oude schapenvacht was dat je die niet kon wassen. Daarom werd de synthetische vacht geïntroduceerd, maar die had geen goede drukreducerende werking. De nieuwe vacht wordt wel het ‘groene schaap’ genoemd, omdat het door een speciale bewerking grasgroen van kleur is. “Een Australische onderzoeker heeft twaalf jaar aan deze nieuwe vacht van speciale Merino-schapen gewerkt. Het is zo bewerkt dat die op tachtig graden gewassen kan worden en op negentig graden gedroogd. Ook het type wol, de lengte van de wol en de wasprocedure is helemaal vastgelegd”, vertelt Patriek Mistiaen, onderzoeker bij het NIVEL.
Mistiaen besloot na verschijning van de twee Australische onderzoeken, die zijn uitgevoerd bij ziekenhuispatiënten, de vacht in Nederlandse verpleeghuizen uit te testen. Sinds een jaar doen 750 verpleeghuispatiënten mee aan dit NIVEL-onderzoek. De eerste praktijkervaringen lijken positief.
Vieze todden
Bea Jansen is wond- en decubitusverpleegkundige bij Stichting Sutfene in Zutphen en doet mee aan het onderzoek. “Een enkeling vindt de vacht te warm of te veel kriebelen, maar 95 procent is erg tevreden. Het ‘groene schaap’ is lekker zacht, voelt goed aan en is gemaakt van lekkere dikke wol.”
Deze variant mag niet vergeleken worden met zijn voorgangers, vindt Jansen. “Ik werkte in de jaren zeventig ook al in de zorg en ik kan me die vieze todden nog goed herinneren. Ze zaten soms vol urine, ontlasting en bloed en je kon ze maar nauwelijks schoonmaken. Echt flodderig. De nieuwe vachten worden uiteraard ook vies, maar ze kunnen goed gewassen worden. Dat gebeurt om de twee dagen en ze blijven echt mooi, dik en zacht.” Na tachtig wasbeurten moet de vacht vervangen worden.
Proefkonijn
In verpleeghuis Swinhove in Zwijndrecht, een andere deelnemer aan het onderzoek, zijn de ervaringen wisselend. Geriatrisch verpleegkundige Dorenda Zonnevijlle legt uit wat de reacties van bewoners zijn. “Onze bewoners vinden het niet erg gemakkelijk om mee te doen aan dergelijke onderzoeken, ze voelen zich al snel een proefkonijn. Maar eenmaal liggend op de vacht zijn ze wel positief. Sommige mensen vinden de vacht te warm, maar de meesten willen niet meer zonder. Het is zacht en je krijgt niet van die harde dotten zoals bij voorgaande schapenvellen.”
De verpleegkundige zal er niet van staan te kijken als deze vacht weer gemeengoed wordt in Nederlandse verpleeghuizen. “Vanuit medisch oogpunt is mijn voorzichtige inschatting dat de decubitusklachten minder vaak voorkomen dan zonder gebruik van deze vacht. Maar dat zal het onderzoek moeten uitwijzen.”
Niet duur
De eerste resultaten van het onderzoek komen in de loop van volgend jaar naar buiten. De NIVEL-studie draait niet alleen om de ervaringen van personeel en bewoners, maar ook om de kosteneffectiviteit. Daar is Bea Jansen van Sutfene vooral benieuwd naar. “Ik ben erg nieuwsgierig naar de financiële kant. De vacht is niet duur, zo’n tachtig euro, maar of het ook goedkoper is dan bijvoorbeeld speciale decubitusmatrassen, dat vraag ik me af. Mocht het gebruik van de vacht even duur zijn, dan geef ik het ‘groene schaap’ een goede kans.”
Reageren? zorgvisie.reactie@reedbusiness.nl
Auteur(s): Dana Ploeger
Bron: ZorgVisie , jaargang 38 , nummer 8 , datum 1-8-2008