Politie in het ziekenhuis
Je hebt net met vereende krachten op de Spoedeisende Hulp een neergeschoten jonge man opgelapt. Komt de politie het ziekenhuis binnen. Of je de kogel maar even direct wilt overhandigen. Voor sporenonderzoek. Wat doe je? Of de politie wil met groot vertoon van macht een patiënt van zijn bed lichten. Mag dat zomaar?
Onlangs verscheen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel van advocaat Willemien Kastelein waarin zij waarschuwt voor een toenemende druk op het medisch beroepsgeheim. Steeds vaker spelen rechtszaken over in beslag genomen dossiers en moeten hulpverleners zich voor de rechter verantwoorden.
Uit onderzoek van Wilma Duijst, jurist en universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen, blijkt dat een op de drie hulpverleners in de afgelopen vijf jaar te maken heeft gehad met de opsporing van strafbare feiten in het ziekenhuis. In de Randstad gebeurde dat twee keer zo vaak als daarbuiten. Wilma Duijst schreef er haar proefschrift over met de titel Boeven in het ziekenhuis. De spanning tussen hulpverleners met een beroepsgeheim en de politie blijft een actueel probleem, stelt Duijst. “Ze begrijpen helemaal niets van elkaars wereld. Dat komt omdat artsen en politieagenten andere belangen hebben. Een arts, maar ook een verpleegkundige, heeft een beroepsgeheim, terwijl de politie een verdachte wil opsporen.” Om de samenwerking wat soepeler te maken, zijn door het hele land heen convenanten opgesteld tussen ziekenhuizen of ggz-instellingen en politie en justitie. Duijst: “De clash tussen de partijen maak je minder door iets op te schrijven, maar vooral door naar aanleiding van dat convenant regelmatig bij elkaar te komen. De zaak bespreken heeft altijd meer effect dan roepen ‘je moet en je zult’. Over de juridische meerwaarde heb ik mijn twijfels, maar ik zie duidelijk persoonlijke meerwaarde.”
Een soort spel
Frans de Voeght is manager van de grootste Spoedeisende Hulpafdeling in het land. Op locatie Westeinde van het Medisch Centrum Haaglanden krijgen hij en zijn team wekelijks te maken met schotincidenten, ernstige ongevallen, zelfmoordpogingen en overmatig drank- en drugsgebruik. De politie komt er regelmatig over de vloer.
Medisch Centrum Haaglanden heeft samen met andere ziekenhuizen uit de regio een convenant gesloten met politie en justitie. Daarin hebben de partijen afspraken vastgelegd over wat wel en wat niet kan en weten ze hoe ze elkaar kunnen bereiken. “Prima”, zegt De Voeght, maar “het blijft papier. In de praktijk probeert men zich er aan te onttrekken. Als mijn medewerkers zich beroepen op het convenant zegt de politie bijvoorbeeld: ‘Oh, daar wisten wij niets van’. Het blijft een soort spel dat je speelt. De politie belt bijvoorbeeld op en zegt dat ze een naam van een patiënt dringend nodig hebben. Als de verpleegkundige dan zegt: die mogen we niet geven, zegt de politie: ja, maar wij komen ook altijd als jullie problemen hebben.” De Voeght adviseert zijn medewerkers in dit soort gevallen zich te verplaatsen in de patiënt. “Ga je ervan uit dat de patiënt toestemming zou geven, dan kun je de naam geven. Twijfel je, dan doe je het niet.”
Persoonlijke gevoelens
Volgens Duijst is de handelwijze in dit soort gevallen eigenlijk vrij simpel: “Een hulpverlener hoort de politie in principe die informatie niet te geven. Als iemand als slachtoffer binnenkomt, kun je toestemming vragen zodat op die manier de informatie bij de politie komt. Met toestemming kun je van alles. Maar als iemand als verdachte binnenkomt, zal hij die informatie echt niet willen geven. Dan houdt het op.”
Toch gaat het vaak fout. Dat laten de onderzoeken van Duijst zien. “Hulpverleners weten dat ze het niet mogen zeggen, maar ze zeggen het toch.” Dat komt omdat er persoonlijke gevoelens meespelen. Duijst: “Mensen gaan twijfelen en denken: ik heb ook een burgerplicht. Dat klopt wel, maar je professionele beroepsgeheim gaat voor. Bij een patiënt die een bank heeft overvallen waarbij iemand anders gewond is geraakt, kun je denken: het is ook wel een heel slecht iemand. Ik vind dat geen argument, maar blijkbaar voor die persoon in kwestie wel.”
Vindt Duijst dat burgerplicht geen rol zou moeten spelen, De Voeght denkt daar iets genuanceerder over. “Stel je voor: je vindt een wapen bij een patiënt terwijl je hem aan het helpen bent. Je bent bang, wat doe je? Ik vind het begrijpelijk dat je vervolgens de afweging maakt of je dit wel of niet bij de politie moet melden: wat zijn de gevolgen als ik niets zeg? Of wat doe je als iemand stomdronken de spoedeisende hulp verlaat en in zijn auto stapt?”
Gesloten envelop
Wat het voor hulpverleners ook lastig maakt, is dat politie en justitie zich niet zomaar laten afpoeieren. In het belang van hun opsporingsonderzoek oefenen ze druk uit. Duijst: “Ze komen met ‘een bevel’ of ze dreigen ‘de zaak te doorzoeken’. Klinkt als ‘het moet’. Het mooie is dat je dat in de meeste gevallen niet hoeft, dat is dan je verschoningsrecht.”
Bekend zijn de zaken waarin justitie medische dossiers opvroeg en het ziekenhuis die niet wilde geven. Bij de Hoge Raad loopt een zaak van het Erasmus Medisch Centrum waarin het OM inzage wil in twee medische dossiers omdat het vermoeden bestaat dat de arts een fout heeft gemaakt. Duijst: “Justitie kwam met een bevel en dat ging heel lang over en weer omdat het ziekenhuis de dossiers niet wilde geven. In zo’n impasse kun je niet blijven. Dus heeft het ziekenhuis gezegd: we geven het mee in een gesloten envelop en dan moet de rechter maar beslissen. Eigenlijk best een fraaie oplossing. Daar hebben we rechters voor.”
Buisjes bloed
Niet alleen medische dossiers, ook videobanden uit bewakingscamera’s en buisjes bloed staan in de belangstelling van justitie. Duijst: “Over die videobanden lopen de discussies hoog op. Je kunt erover twisten of die onderdeel zijn van het medisch dossier. Ik vind van wel, maar dat maakt het nog geen geschrift. Het is dus een voorwerp. Kun je het dan in beslag nemen? Die discussie ligt ook bij de Hoge Raad. Het moeilijke is natuurlijk dat de informatie zonder enige twijfel onder het beroepsgeheim valt.”
Een buisje bloed ophalen is alweer moeilijker. Duijst: “Dat buisje bloed, dat vaak met honderden andere buisjes bloed ergens in een koelkast staat, kun je wel ophalen. Maar wat doe je? Neem je ze dan allemaal mee? Dat noemen we dan disproportioneel. Ik ben wel eens door een ziekenhuis gebeld dat vroeg: wat moeten we nou? De officier van Justitie wil dat buisje bloed. Dan zeg je: kom maar halen. Meestal dringt er dan wel ergens het besef door dat dat niet kan.”
Wapens en munitie
Maar wat nu als de politie de kogel wil hebben die net uit een patiënt is gehaald? Duijst: “Over kogels is een hoop te doen. Kogels vallen onder de Wet wapens en munitie en die mag je niet hebben. Net als pistolen, messen of munitie. Die moet je afgeven, want anders bega je een strafbaar feit. Maar diezelfde wet zegt ook: munitie is datgene wat voor afvuring geschikt is. Een kogel die al is afgevuurd, is daar niet meer voor geschikt. Is dat dan nog munitie? Ik denk dat het na het afvuren een voorwerp is geworden. En dat zou betekenen dat het onder het medisch beroepsgeheim valt. Als die bij het slachtoffer hoort, zal die geen enkel probleem hebben om hem af te geven. Maar, als de kogel in de verdachte zit, dan wil die dat natuurlijk niet. De politie weet natuurlijk dat er een kogel uit de patiënt is gepeuterd. Ik zou het wel dapper vinden als een ziekenhuis zegt: ‘kom ‘m maar halen. We stoppen de kogel in een envelop en we laten de rechter beslissen.’
Je kunt alleen maar achter dit soort dingen komen als je hier rechtspraak over ontwikkelt. Het is een gedoe, maar het is wel het soort gedoe waar je op langere termijn iets aan hebt. Sommige dingen moet je eerst uitvechten om te weten hoe het precies zit. Dan weten we in het vervolg wat we moeten doen.”
Voor de rechter
Overigens doen de meeste problemen zich voor over het wel of niet verstrekken van namen. De Voeght: “Dan zegt de politie: er is iemand met een hoofdwond binnengebracht en we kwamen net te laat aanrijden. Kunnen jullie ons zijn naam geven? Dan moeten de verpleegkundigen zien uit te vissen: is het in het kader van opsporing? Willen ze een dader pakken of proberen ze familie te achterhalen bij een ongeval?”
Hoe gemakkelijk het mis kan gaan, illustreert een geval van een jaar of zes geleden. De Voeght: “De politie belde op om te vragen hoe laat de patiënt van de spoedeisende hulp was vertrokken. De verpleegkundige heeft nietsvermoedend in het systeem gekeken en gezegd dat de patiënt om een uur of vijf was weggegaan. Later bleek dat de man werd verdacht van een misdrijf dat omstreeks zes uur had plaatsgevonden. De verdenking tegen hem werd daarmee aannemelijk want de man had zelf gezegd dat hij tot zeven uur in het ziekenhuis was geweest. De verpleegkundige moest toen voor de rechter verschijnen en bevestigen dat de man inderdaad om vijf uur was weggegaan. Dat is een drama geweest.”
Duijst wijst erop dat hulpverleners vaak wordt verweten dat ze te weinig opschrijven. “Waar het om gaat, is: kun je het verantwoorden? Wat zijn je argumenten? Met wie heb je even overlegd? Als je dat goed opschrijft, vindt het tuchtcollege het oké. Dan moet je het nog wel komen verantwoorden, maar het is oké.”
Toegang weigeren
Politie de toegang weigeren, mag niet. Agenten mogen het ziekenhuisterrein op, de hal in, de gangen op en zelfs tot in de behandelkamer. Maar niet op de zaal. Duijst: “Een zaal is te duiden als ‘woning’ omdat het zoveel lijkt op je huiselijk privé-leven. Zonder een machtiging mag de politie daar niet binnen. Als de politie toch een zaal op wil lopen, kan de verpleegkundige zeggen: ‘Dit lijkt mij niet helemaal de bedoeling, hier liggen patiënten.’ Het kan niet zo zijn dat de politie iemand meeneemt die een medische handeling nodig heeft. Kun je iets anders doen, dan heeft dat de voorkeur. In dit geval is het heel simpel: de politie wacht voor de deur totdat iemand naar buiten komt.” Wat overigens niet zonder risico is, zo heeft de politie in Nieuwegein ervaren. Enkele jaren geleden zaten twee politieagenten in het St. Antoniusziekenhuis uren te wachten voor de deur van de patiëntenkamer. De volgende ochtend bleek de verdachte via een laken uit het raam te zijn ontsnapt.
Reageren? zorgvisie.reactie@reedbusiness.nl
Auteur(s): Carina van Aartsen
Bron: ZorgVisie , jaargang 38 , nummer 8 , datum 1-8-2008