Flexplekken - Bestuurder zonder kamer

De directiekamer als heilige der heiligen. Groots opgezet, met een stijl en klasse die passen bij de status van de topbestuurder. Zo zien de kamers van zorgbestuurders er vaak uit. Maar hebben zorgbestuurders eigenlijk een eigen werkplek nodig?

Charles Laurey, bestuurder van Vierstroomzorgring in Gouda, vindt van niet. “Ik ben het levende bewijs dat het niet nodig is. Het werkt prima zonder eigen directiekamer.”

Enkele jaren gelden gaf Laurey, die in oktober aan de slag gaat bij Meavita Nederland, zijn directiekamer op. De hele organisatie ging over op flexplekken om de bezettingsgraad in het hoofdkantoor in Gouda op te krikken. Het plan kon onder het personeel niet op onverdeeld enthousiasme rekenen. Mensen waren nogal gehecht aan hun eigen werkplek en stonden niet te springen om die op te geven.

“Om die weerstand te overwinnen, moet je zelf het goede voorbeeld geven”, zegt Laurey. Hij deed wat maar weinig zorgbestuurders doen: hij gaf zijn directiekamer op. Voor een bestuurder is dat misschien nog wel een grotere stap dan voor de gemiddelde medewerker. De directiekamer is meer dan een werkplek. Het is het heilige der heiligen. De kamer geeft uitdrukking aan de status van de directeur. Is daarom vaak royaal uitgevoerd, met stijl en klasse. Niet zelden de duurste vierkante meters van een gebouw dat is gefinancierd met publiek geld.

Maar directeuren kunnen dus prima toe met een flexplek. Laurey: “Je moet er wel op letten dat er voldoende spreekkamers zijn waar mensen zich kunnen terugtrekken. Bij de inrichting van de ruimte moet je er ook op letten dat de privacy van mensen wordt beschermd.”

Er werken veel parttimers in de zorg; flexplekken liggen dan ook voor de hand. Vierstroomzorgring wist de bezettingsgraad te verhogen van 49 naar ruim 60 procent. Dat leverde een fikse besparing op in de huisvestingskosten.

Een ander voordeel is dat er bij interne verhuizingen geen wanden meer verplaatst hoeven worden. Daarnaast geven flexplekken een heel andere sfeer. Er is meer openheid en meer interactie tussen medewerkers.

Eigenlijk is het verbazingwekkend dat nog zo weinig zorgorganisaties met flexplekken werken. Maar als de man die binnenkort de tweede thuiszorgorganisatie van Nederland leidt – en dus niet de geringste status heeft – het kan, dan moeten alle zorgbestuurders het kunnen. Een bestuurder moet zijn status niet ontlenen aan zijn directiekamer, maar aan zijn prestaties.